10 vragen over de wijzigingen in de Taxiwet per 1 januari 2016

De meest fundamentele wijziging in de Taxiwet per 1 januari 2016 is het verdwijnen van de vakbekwaamheidseis voor de ondernemersvergunning taxi. Staatssecretaris Sharon Dijksma van het ministerie van Infrastructuur en Milieu voerde nog vier andere wijzigingen door in de wetgeving, grotendeels gelijk aan de aanbevelingen uit de evaluatie Taxiwet van haar voorganger Mansveld in mei van dit jaar. Allemaal zijn ze bedoeld om voor taxi-ondernemers de regels te vereenvoudigen en de lasten te verlichten.

Normaal gaat een wetswijziging pas twee maanden na publicatie in. Van deze termijn wijkt Dijksma af. “Dit is gerechtvaardigd omdat de wijzigingen al in een vroeg stadium zijn aangekondigd en het gelet op de lastenverlichting aanzienlijke voordelen oplevert om inwerkingtreding zo snel mogelijk te laten plaatsvinden.” De tien onderstaande vragen en antwoorden geven een overzicht van de wetswijzigingen.

1. Waarom verdwijnt de vakbekwaamheidseis voor de ondernemersvergunning taxi?

Uit de Evaluatie Taxiwet bleek dat deze theoretische eis van vakbekwaamheid in de praktijk onvoldoende toegevoegde waarde heeft voor de consument, maar wel aanmerkelijke administratieve lasten oplevert voor toekomstige ondernemers. De staatssecretaris stelt dat een taxi-ondernemer net als een ondernemer in het midden- en kleinbedrijf eigen verantwoordelijkheid draagt om zich te bekwamen in het vak. De eis van vakbekwaamheid van chauffeurs en de eisen aan het voertuig blijven bestaan. De toets van theoretische vakbekwaamheid voor taxi-ondernemers vervalt door middel van een landelijke vrijstelling.

2. Wat moet een ondernemer nu nog wel hebben om een taxibedrijf te beginnen?

De aanvraag om een ondernemersvergunning wordt getoetst aan de betrouwbaarheidseis door het overleggen van een originele Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Met de ondernemersvergunning kan worden aangetoond dat de taxionderneming betrouwbaar is en beroepsmatig taxivervoer mag verrichten in Nederland. Een ondernemer moet een bedrag van 1500 euro aan het KIWA betalen voor de vergunning.

3. Hoe kan een ondernemersvergunning nog wel geweigerd of ingetrokken worden? 

De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (BIBOB) stelt vergunningverlenende instanties in staat om op grond van bepaalde informatie een vergunning te weigeren of in te trekken. Hiermee kan worden voorkomen dat bestuursorganen ongewild een vergunning verlenen aan bedrijven die daarmee criminele of illegale activiteiten willen ontplooien.

4. Hoef ik mijn vergunning nooit meer fysiek te kunnen tonen aan consumenten?

In de wet staat dat de taxivervoerder dan wel de taxibestuurder ervoor moet zorgen dat het vergunningbewijs zichtbaar voor de consument in de taxi aanwezig is. Deze bepaling heeft als doel om een voor de consument kenbare koppeling te maken tussen chauffeur en taxionderneming. Dat vereenvoudigt het indienen van een klacht door de consument. Dit doel wordt echter ook al bereikt met het verplicht aan te bieden ritbewijs, en daarom is het niet langer verplicht om een fysiek vergunningbewijs in de taxi te hebben. De chauffeur blijft wel verplicht om op verzoek aan een handhavende instantie aan te tonen dat het taxivervoer wordt verricht met een geldige ondernemersvergunning. Dit hoeft echter niet langer op papier.

5. Hoef ik geen ritbewijzen meer te verstrekken binnen de nieuwe wet?

In de wet stond dat de vervoerder na afloop van de rit de consument een ritbewijs moet verstrekken. Deze is waardevol omdat hij dan gemakkelijk een klacht in kan dienen en omdat de chauffeur en ondernemer daardoor niet anoniem kunnen blijven. Dit zou echter betekenen dat een chauffeur in overtreding is wanneer de consument het ritbewijs niet aanneemt. Daarom is de verplichting veranderd in het op kenbare en transparante wijze aanbieden van een ritbewijs. Met die wijziging is het tevens mogelijk om dit niet per se schriftelijk maar ook elektronisch aan te bieden, bijvoorbeeld wanneer een taxirit via een app wordt besteld. Andere manieren zijn via een e-mail of SMS. Het aanbieden van een fysieke ritbon is dan ook niet verplicht.

6. Is een elektronisch ritbewijs ook toegestaan bij ritten die op de openbare weg worden aangeboden?

Voor deze taxiritten blijft een fysiek ritbewijs verplicht. Hier hoeft het bewijs dus ook niet per definitie verstrekt te worden, maar moet het wel verplicht fysiek worden aangeboden. Alternatieven zijn daar niet toegestaan. Hiervoor is gekozen om te voorkomen dat de consument op straat afhankelijk wordt gemaakt van digitale middelen om informatie te verkrijgen over de rit.

7. Hoe mag informatie over tarieven en klachtenafhandeling straks worden getoond?

In de huidige regeling is het verplicht om informatie over tarieven en klachtafhandeling zowel in de auto als aan de buitenzijde van de auto duidelijk leesbaar aan de consumenten te tonen. Dit gebeurt veelal met behulp van de fysieke taxi-informatiekaart. Zo kan de consument een oordeel vormen over het te verwachten tarief voor een taxirit en achteraf kijken of dit klopt. Omdat een steeds groter deel van het taxivervoer op afstand wordt besteld, wordt die fysieke uiting overbodig geacht. Daarom wordt het mogelijk om die informatie langs een elektronische weg duidelijk aan de consument kenbaar te maken.

8. Is dit digitale alternatief van de fysiek aanwezige tariefkaart ook toegestaan bij ritten aangeboden op de openbare weg?

Dit is een van de punten waar naar aanleiding van de consultatie een aanpassing op de wijziging in de wet is aangebracht. Daardoor gaat deze mogelijkheid niet gelden voor taxivervoer aangeboden op de openbare weg. Er wordt gesteld dat het niet wenselijk is dat de consument op straat afhankelijk wordt gemaakt van elektronische middelen bij de keuze voor een aanbieder en informatie over het indienen van een klacht.

9. Wanneer geldt er geen taxameterplicht meer?

Een taxameter maakt de tarieven van de rit voor de consument zichtbaar en waarborgt een betrouwbare berekening wanneer deze volgens de regelgeving geijkt is. De taxameterplicht draagt daardoor momenteel bij aan de betrouwbaarheid van taxivervoer in het algemeen. Deze geldt niet voor contractvervoer, omdat hier de ritprijzen transparant en voorafgaand aan de rit zijn vastgelegd. Voor taxivoertuigen waarbij uitsluitend de mogelijkheid is voor vervoer op basis van een vast (eind)tarief per rit, vervalt daarom nu ook die verplichting. De consument weet namelijk in alle gevallen waar hij aan toe is. Dit geldt dus uitsluitend voor taxi’s op de bestelmarkt, waarbij altijd het tarief vooraf duidelijk is en niet kan worden aangepast tijdens de rit. In het kader van de handhaving is het aan de chauffeur om aantoonbaar te maken dat het voertuig uitsluitend gebruikt wordt voor vervoer tegen vaste tarieven per rit.

10. Voor wie blijft de taxameterplicht gewoon gelden?

Staatssecretaris Dijksma heeft de aanbeveling uit de consultatie overgenomen om de vrijstelling van de taxameterplicht voor taxivervoer aangeboden op de openbare weg (bijvoorbeeld een taxistandplaats) uit te sluiten. Het wordt niet wenselijk geacht dat een consument vanaf een standplaats gedwongen wordt tegen een vast tarief per rit vervoerd te worden, omdat in het voertuig geen taxameter aanwezig is.

bron:taxipro

10 vragen over de wijzigingen in de Taxiwet per 1 januari 2016 was last modified: december 16th, 2015 by TCH
Taxi Centrale Haaglanden (TCH den Haag) Donau 102-104, 2491BC |Den HaagZH Nederland

creditcard
© 2017 - Taxi Centrale Haaglanden
Webdesign : See-IT